Recept voor heerlijke stoofpeertjes (zonder alcohol)
Als de dagen kouder en korter worden, begin ik me al te verheugen op de speciale soorten groenten en fruit die in dit seizoen volop verkrijgbaar zullen zijn. Eén van die soorten is de Gieser Wildeman, een heerlijke stoofpeer die dan zelfs bij de lokale supermarkt verkrijgbaar is.
Dit is een ouderwets stoofperenras, dat rond 1850 in de handel werd gebracht. En als deze peren echt goed rijp zijn, dan worden ze bij langdurig koken (ruim 3 uur) vanzelf prachtig rood. Daar komt dus ook die typische stoofperenkleur vandaan. Maar tegenwoordig wordt die kleur vaak verkregen door toevoeging van kleurstoffen, wijn of rode vruchtensappen.
Hier in huis zijn er meerdere liefhebbers van stoofperen. Ik maak ze dan ook graag voor het gezin, en dan kook ik vaak grote hoeveelheden in een grote pan. Want echte stoofperen maken kost best veel tijd, maar het eindresultaat is heerlijk en het zeker waard. En de zelfgemaakte stoofpeertjes kan je heel goed invriezen.
Ik maak stoofperen op verschillende manieren klaar. Maar altijd zonder alcohol, want voor mij is dit echt een recept wat ik maak voor de hele familie.
Vandaag deel ik mijn recept voor wat meer traditionele, “gewone” stoofpeertjes.
Maar het allerlekkerste vind ik zelf eigenlijk mijn middeleeuwse stoofperen recept. Dat is een verrukkelijke combinatie van gestoofde peertjes met moerbeien, vanille, gember en honing.
Dit recept voor stoofperen is op basis van druivensap, suiker en kaneel.
Eventueel kan je in dit recept perensuiker, ook wel bekend als perenrood gebruiken. Dat is suiker met toegevoegde kleurstoffen, waardoor je peren mooi rood zullen kleuren. Maar voor de smaak voegt dat dus niets toe.
Ik maak dit recept zelf vaak op basis van rode druivensap, dan krijg je nog steeds (sneller) die mooie rode kleur die mensen associëren met stoofperen. Maar dan op natuurlijke basis, met als extra voordeel de zoetheid van druiven.
Waardoor je ook de hoeveelheid suiker weer kan reduceren (of zelfs kan weglaten). Als suiker gebruik ik hierbij voor wat extra smaak graag demerara suiker, die heeft een wat karamel-achtige smaak. Maar met kristalsuiker, kokosbloesemsuiker, of welke suiker dan ook wordt het ook zeker lekker.
Peren en druiven zijn sowieso een heerlijke combinatie, waar ik dan ook graag in mijn andere recepten gebruik van maak, zoals bijvoorbeeld in mijn fruitthee.
En gerelateerd aan dit recept: (no-waste) perensiroop & perenstroop!
Want als je deze heerlijke stoofpeertjes maakt, dan kan je de schillen gebruiken om een verrukkelijke perensiroop mee te maken. En het overgebleven kookvocht kan je gebruiken om een echt overheerlijke perenstroop mee te maken. (Dat is echt de moeite waard, want het is zóóó lekker dat je bijna de stoofpeertjes als bijproduct van die stroop gaat zien, in plaats van andersom. Zo, je bent alvast gewaarschuwd 😉 )

Wat heb je nodig?
– 1 kg stoofperen (bijvoorbeeld Gieser Wildeman)
– 1 liter rode druivensap (of ander vocht: wijn/water/etc.)
– 2 kaneel stokjes
– 1 kruidnagel
– 50 gram suiker (of perensuiker)
Hoe maak je het?
1. Schil de peren, maar laat het steeltje eraan zitten.
2. Zet de peren naast elkaar, rechtop, op de bodem van een kookpan.
3. Doe de suiker en kruiden erbij.
4. Voeg dan het sap/water toe, totdat de peren net onder water staan.
5. Breng het geheel aan de kook. En laat de peertjes vervolgens op laag vuur in een paar uur gaar koken. (Dat duurt zo’n 2 uur, maar laat ze gerust langer doorkoken als je ze op natuurlijke wijze hun roze/rode kleur wilt geven. Dan laat ik ze vaak wel 4 of 5 uur zachtjes pruttelen)
Controleer tussendoor regelmatig of er extra water aan de pan toegevoegd moet worden.
6. Serveer warm of koud.
Of laat volledig afkoelen, en verdeel het dan in porties in diepvriesbakjes, met het kookvocht erbij om in te vriezen voor later gebruik.
